Handschoen

In het begin gebruikten onderwaterhockeyers zo dik mogelijke handschoenen om de handen te beschermen tegen de scherpe randjes van de tegels, maar vooral ook tegen de harde tikken van de tegenstander. Doordat het spel sneller geworden is en het drammen niet meer of zelden voorkomt (men gaat het persoonlijk duel eerder uit de weg) behoeft men zich alleen nog maar tegen de tegels te beschermen. Hiervoor is een dunne hanschoen-een werkhandschoen-voldoende. Met een dergelijke handschoen heeft men een betere greep op de stick en een beter contact met de puck, waardoor men technisch meer mogelijkheden heeft. Wel kan men nog een beschermend laagje boven op de vingers en knokkels aanbrengen,bijvoorbeeld door in de vingers van de handschoen een laagje neopreen te knippen, voor het geval dat men per ongeluk toch eens geraakt wordt.


